BWBR0035271
Geldig vanaf 2014-07-03
Artikel 5
Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstraf)
Na ontvangst van een beslissing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verwittigt de Minister van Justitie van het aangezochte land onverwijld de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst van het aangezochte land, waarna deze advies uitbrengt aan de Minister van Justitie van het aangezochte land omtrent de toewijsbaarheid van het verzoek, gegrond op de door hem daartoe ingewonnen inlichtingen.