BWBR0035270
Geldig vanaf 2014-07-03
Artikel 3
Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de onderlinge beschikbaarstelling van detentiecapaciteit op medische gronden of in verband met dringende redenen van veiligheid)
1. De openbare ministeries van de landen richten hun verzoek om tijdelijke beschikbaarstelling van detentiecapaciteit door tussenkomst van de procureur-generaal tot de Minister van Justitie van het aangezochte land dat mogelijkerwijs detentiecapaciteit beschikbaar kan stellen.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van de noodzakelijke informatie over de medische complicaties van de betreffende gedetineerde dan wel de gronden voor dringende redenen van veiligheid die een verblijf in detentie in het verzoekende land onverantwoord doen zijn, waaronder in ieder geval een advies van de hoofdofficier van justitie en een extract van het vonnis dan wel een afschrift van het bevel tot voorlopige hechtenis.
3. De Minister van Justitie van het aangezochte land beslist binnen 14 dagen na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en doet zijn beslissing door tussenkomst van de procureur-generaal of een daartoe aangewezen dienst toekomen aan het openbaar ministerie van het verzoekende land.
4. De Minister van Justitie van het aangezochte land wijst het verzoek, bedoeld in eerste lid, af, indien:
a. de gevraagde capaciteit niet beschikbaar is;
b. niet is voorzien in de informatie zoals bedoeld in het tweede lid;
c. de onderbrenging onverenigbaar is met de orde of de veiligheid in de inrichting;
d. dit noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;
e. het belang van de voorkoming of opsporing van strafbare feiten zich verzet tegen de overbrenging;
f. een land dat dichterbij de woonplaats van gedetineerde is gelegen dan het aangezochte land, detentiecapaciteit ter beschikking kan stellen.
5. In het geval er een mogelijkheid bestaat tot terugkeer van de gedetineerde, stelt het openbaar ministerie van het verzoekende land, door de tussenkomst van de procureur-generaal, het openbaar ministerie van het land waarin de gedetineerde is ondergebracht hiervan op de hoogte. De daartoe strekkende kennisgeving geschiedt uiterlijk binnen 14 dagen voor terugkeer van de gedetineerde.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van de noodzakelijke informatie over de medische complicaties van de betreffende gedetineerde dan wel de gronden voor dringende redenen van veiligheid die een verblijf in detentie in het verzoekende land onverantwoord doen zijn, waaronder in ieder geval een advies van de hoofdofficier van justitie en een extract van het vonnis dan wel een afschrift van het bevel tot voorlopige hechtenis.
3. De Minister van Justitie van het aangezochte land beslist binnen 14 dagen na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en doet zijn beslissing door tussenkomst van de procureur-generaal of een daartoe aangewezen dienst toekomen aan het openbaar ministerie van het verzoekende land.
4. De Minister van Justitie van het aangezochte land wijst het verzoek, bedoeld in eerste lid, af, indien:
a. de gevraagde capaciteit niet beschikbaar is;
b. niet is voorzien in de informatie zoals bedoeld in het tweede lid;
c. de onderbrenging onverenigbaar is met de orde of de veiligheid in de inrichting;
d. dit noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;
e. het belang van de voorkoming of opsporing van strafbare feiten zich verzet tegen de overbrenging;
f. een land dat dichterbij de woonplaats van gedetineerde is gelegen dan het aangezochte land, detentiecapaciteit ter beschikking kan stellen.
5. In het geval er een mogelijkheid bestaat tot terugkeer van de gedetineerde, stelt het openbaar ministerie van het verzoekende land, door de tussenkomst van de procureur-generaal, het openbaar ministerie van het land waarin de gedetineerde is ondergebracht hiervan op de hoogte. De daartoe strekkende kennisgeving geschiedt uiterlijk binnen 14 dagen voor terugkeer van de gedetineerde.