BWBR0035238
Geldig vanaf 2021-11-03
Artikel 2.11
Regeling diergeneeskundigen
1. De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluitheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:
a. verzorgen van kunstmatige inseminatie;
b. verzorgen van spermawinning;
c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting, en
d. verzorgen van embryotransplantatie.
2. De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluitheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:
a. verzorgen van kunstmatige inseminatie;
b. verzorgen van spermawinning;
c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting;
d. verzorgen van embryotransplantatie, en
e. verzorgen van embryowinning of eicelwinning.
3. Voor de toelating tot embryotransplanteur of embryotransplaneur/-winner zijn in ieder geval de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde onderdelen van de kwalificatie behaald.
a. verzorgen van kunstmatige inseminatie;
b. verzorgen van spermawinning;
c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting, en
d. verzorgen van embryotransplantatie.
2. De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluitheeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:
a. verzorgen van kunstmatige inseminatie;
b. verzorgen van spermawinning;
c. adviseren over vruchtbaarheid en voortplanting;
d. verzorgen van embryotransplantatie, en
e. verzorgen van embryowinning of eicelwinning.
3. Voor de toelating tot embryotransplanteur of embryotransplaneur/-winner zijn in ieder geval de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde onderdelen van de kwalificatie behaald.