BWBR0035238
Geldig vanaf 2021-11-03
Artikel 7.8
Regeling diergeneeskundigen
1. De registratie, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het besluit, wordt gedaan binnen een week nadat de injecteerbare transponder bij het dier is aangebracht.
2. Bij de registratie wordt vermeld:
a. de datum waarop de injecteerbare transponder is aangebracht;
b. de identificatiecode van het dier;
c. het nummer dat degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht heeft verkregen bij de registratie, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het besluit; en
d. het praktijkadres van degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht.
3. In afwijking van het eerste lid wordt de registratie, bedoeld in artikel 2.9 van het besluit, gedaan binnen twee werkdagen indien het dier een hond betreft. Bij de registratie van een hond wordt in aanvulling op het tweede lid vermeld:
a. dat de registratie een hond betreft; en
b. het registratienummer van de houder van de hond.
4. Bij de registratie van een paardachtige wordt in aanvulling op het tweede lid de diersoort vermeld.
2. Bij de registratie wordt vermeld:
a. de datum waarop de injecteerbare transponder is aangebracht;
b. de identificatiecode van het dier;
c. het nummer dat degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht heeft verkregen bij de registratie, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het besluit; en
d. het praktijkadres van degene die de injecteerbare transponder heeft aangebracht.
3. In afwijking van het eerste lid wordt de registratie, bedoeld in artikel 2.9 van het besluit, gedaan binnen twee werkdagen indien het dier een hond betreft. Bij de registratie van een hond wordt in aanvulling op het tweede lid vermeld:
a. dat de registratie een hond betreft; en
b. het registratienummer van de houder van de hond.
4. Bij de registratie van een paardachtige wordt in aanvulling op het tweede lid de diersoort vermeld.