BWBR0035059
Geldig vanaf 2022-04-06
Artikel 4.9
Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs
1. De bezitter van een bewijs van toelating toont voor een door het instellingsbestuur vastgestelde datum aan dat hij voldoet aan de vooropleidingseisen of de nadere vooropleidingseisen vo-ho, de nadere vooropleidingseisen mbo-hbo of bijzondere nadere vooropleidingseisen.
2. Als de aspirant-student niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, vervalt zijn bewijs van toelating.
3. Als een aspirant-student voor de door het instellingsbestuur vastgestelde datum niet kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan hij het instellingsbestuur om uitstel verzoeken.
4. Het instellingsbestuur voldoet aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, en stelt het een nieuwe termijn vast, waarbinnen de aspirant-student aan de verplichting moet voldoen.
2. Als de aspirant-student niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, vervalt zijn bewijs van toelating.
3. Als een aspirant-student voor de door het instellingsbestuur vastgestelde datum niet kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan hij het instellingsbestuur om uitstel verzoeken.
4. Het instellingsbestuur voldoet aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, en stelt het een nieuwe termijn vast, waarbinnen de aspirant-student aan de verplichting moet voldoen.