BWBR0035001
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 18
Regeling verlof en STP jeugdigen
1. Een tijdelijke terugplaatsing bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel c, van het reglementduurt maximaal twee weken. Indien een terugplaatsing van langere duur nodig is, overlegt de directeur met de minister of de terugplaatsing eenmalig met twee weken kan worden verlengd.
2. De directeur informeert de ouders, voogd, stiefouders of pleegouders over de tijdelijke terugplaatsing.
3. De directeur kan in overleg met de minister tijdens de tijdelijke terugplaatsing aan de jeugdige toestaan de inrichting tijdelijk te verlaten, indien dit noodzakelijk is voor de herstart van het scholings- en trainingsprogramma.
4. De directeur stelt de minister in kennis van een herstart van een scholings- en trainingsprogramma.
2. De directeur informeert de ouders, voogd, stiefouders of pleegouders over de tijdelijke terugplaatsing.
3. De directeur kan in overleg met de minister tijdens de tijdelijke terugplaatsing aan de jeugdige toestaan de inrichting tijdelijk te verlaten, indien dit noodzakelijk is voor de herstart van het scholings- en trainingsprogramma.
4. De directeur stelt de minister in kennis van een herstart van een scholings- en trainingsprogramma.