BWBR0035001
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 11
Regeling verlof en STP jeugdigen
1. De geldigheid van een machtiging incidenteel verlof is gelijk aan het doel dan wel de gebeurtenis bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van het reglement.
2. Een machtiging voor planmatig verlof is maximaal zes maanden geldig.
3. De directeur dient ten minste een maand voor afloop van een machtiging planmatig verlof een nieuwe aanvraag in voor verlenging van de machtiging dan wel voor een opvolgende verlofstatus. De aanvraag bevat een evaluatie van het voorgaande planmatig verlof.
4. Bij een overplaatsing naar een andere inrichting blijft de machtiging zes weken geldig. De directeur van de ontvangende inrichting kan beslissen het verlofplan over te nemen dan wel aan te passen. In beide gevallen vraagt de directeur binnen twee weken een nieuwe machtiging aan.
2. Een machtiging voor planmatig verlof is maximaal zes maanden geldig.
3. De directeur dient ten minste een maand voor afloop van een machtiging planmatig verlof een nieuwe aanvraag in voor verlenging van de machtiging dan wel voor een opvolgende verlofstatus. De aanvraag bevat een evaluatie van het voorgaande planmatig verlof.
4. Bij een overplaatsing naar een andere inrichting blijft de machtiging zes weken geldig. De directeur van de ontvangende inrichting kan beslissen het verlofplan over te nemen dan wel aan te passen. In beide gevallen vraagt de directeur binnen twee weken een nieuwe machtiging aan.