BWBR0035001
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 13
Regeling verlof en STP jeugdigen
1. Een verlofmachtiging eindigt indien:
a. de termijn waarvoor de machtiging is afgegeven, is verstreken of
b. een nieuwe machtiging wordt verleend of
c. de jeugddetentie of pij-maatregel eindigt.
2. De minister kan een verlofmachtiging intrekken indien:
a. de jeugdige zich schuldig maakt aan of verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit;
b. dit noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van de jeugdige of voor de veiligheid van anderen;
c. dit noodzakelijk is voor de algemene veiligheid van personen of goederen;
d. de jeugdige een voorwaarde niet nakomt;
e. de jeugdige geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland;
f. als het doel van het verlof is bereikt waarvoor de machtiging is verleend.
a. de termijn waarvoor de machtiging is afgegeven, is verstreken of
b. een nieuwe machtiging wordt verleend of
c. de jeugddetentie of pij-maatregel eindigt.
2. De minister kan een verlofmachtiging intrekken indien:
a. de jeugdige zich schuldig maakt aan of verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit;
b. dit noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van de jeugdige of voor de veiligheid van anderen;
c. dit noodzakelijk is voor de algemene veiligheid van personen of goederen;
d. de jeugdige een voorwaarde niet nakomt;
e. de jeugdige geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland;
f. als het doel van het verlof is bereikt waarvoor de machtiging is verleend.