BWBR0034667
Geldig vanaf 2014-01-10
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 2014
1. In afwijking van de voorgaande artikelen zijn per te onderscheiden functionaris voor fiscale besluiten inzake de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor volksverzekeringen, de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk, artikel 3.52a Wet op de Inkomstenbelasting, de nadere regels die daarvoor zijn gesteld in het Besluit RDAen artikel 3.42 van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001, de nadere regels die daarvoor zijn gesteld in de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrekalsmede andere fiscale voorzieningen, voor het Besluit stimulering duurzame energieproductieen haar voorgangers, alsmede voor de garantieregelingen Garantie Ondernemingsfinanciering en Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering, en voor garantstellingen op grond van de Regeling LNV-subsidies, de navolgende maximum bedragen per verplichting van toepassing:
[tabel]
2. Bij de Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen en de Milieu-InvesteringsAftrek wordt het maximum bedrag van mandaat, volmacht of machtiging als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 7, eerste lid, gerelateerd aan het netto fiscale voordeel, met dien verstande dat bij een melding die voor beide regelingen in aanmerking komt, het door cumulatie ontstane netto fiscale voordeel als grondslag dient.
[tabel]
2. Bij de Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen en de Milieu-InvesteringsAftrek wordt het maximum bedrag van mandaat, volmacht of machtiging als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 7, eerste lid, gerelateerd aan het netto fiscale voordeel, met dien verstande dat bij een melding die voor beide regelingen in aanmerking komt, het door cumulatie ontstane netto fiscale voordeel als grondslag dient.