BWBR0034435
Geldig vanaf 01-01-2014
Artikel 4:2
Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR
Gelet op artikel 400, tweede lid, van de CRR zijn de volgende posities vrijgesteld van het vereiste uit artikel 395, eerste lid, van de CRR:
a. gedekte obligaties in de zin van artikel 129, eerste, derde en zesde lid, van de CRR tot een maximum van 100% van het in aanmerking komend kapitaal;
b. posities, waaronder deelnemingen of andere belangen, die een instelling heeft met betrekking tot haar moederonderneming, andere dochterondernemingen van de moederonderneming en haar eigen dochterondernemingen, voor zover: – deze groepsondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten of overeenkomstig daaraan gelijkwaardige, in een derde land geldende prudentiële standaarden;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat zij in redelijkheid niet aan de limieten van de grote postenregeling voor de betreffende posities kan voldoen;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op haar groepsondernemingen passen binnen de beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf en dat de instelling beschikt over solide risicomanagementprocedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat en ervoor zorgt dat de grote posities op groepsondernemingen aansluiten op haar risicoprofiel; en
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op groepsondernemingen passen binnen de gezonde balansverhoudingen van de instelling en de desbetreffende groepsondernemingen, zowel voor wat betreft de bruto- als netto omvang als voor wat betreft looptijden;
– deze groepsondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten of overeenkomstig daaraan gelijkwaardige, in een derde land geldende prudentiële standaarden;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat zij in redelijkheid niet aan de limieten van de grote postenregeling voor de betreffende posities kan voldoen;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op haar groepsondernemingen passen binnen de beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf en dat de instelling beschikt over solide risicomanagementprocedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat en ervoor zorgt dat de grote posities op groepsondernemingen aansluiten op haar risicoprofiel; en
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op groepsondernemingen passen binnen de gezonde balansverhoudingen van de instelling en de desbetreffende groepsondernemingen, zowel voor wat betreft de bruto- als netto omvang als voor wat betreft looptijden;
c. activa die vorderingen op, en andere posities, waaronder deelnemingen of andere belangen, met betrekking tot regionale of centrale kredietinstellingen vertegenwoordigen waarmee de kredietinstelling krachtens wettelijke of statutaire bepalingen in het kader van een netwerk is verbonden en die op grond van die bepalingen belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk;
d. activa die vorderingen op centrale banken vertegenwoordigen in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in de nationale valuta luiden; en
e. 50% van de documentaire kredieten met middelhoog tot laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten buiten de balanstelling, bedoeld in bijlage 1 van de CRR, alsmede, met instemming van DNB, 80% van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlinge garantiesystemen met de status van kredietinstelling.
a. gedekte obligaties in de zin van artikel 129, eerste, derde en zesde lid, van de CRR tot een maximum van 100% van het in aanmerking komend kapitaal;
b. posities, waaronder deelnemingen of andere belangen, die een instelling heeft met betrekking tot haar moederonderneming, andere dochterondernemingen van de moederonderneming en haar eigen dochterondernemingen, voor zover: – deze groepsondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten of overeenkomstig daaraan gelijkwaardige, in een derde land geldende prudentiële standaarden;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat zij in redelijkheid niet aan de limieten van de grote postenregeling voor de betreffende posities kan voldoen;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op haar groepsondernemingen passen binnen de beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf en dat de instelling beschikt over solide risicomanagementprocedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat en ervoor zorgt dat de grote posities op groepsondernemingen aansluiten op haar risicoprofiel; en
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op groepsondernemingen passen binnen de gezonde balansverhoudingen van de instelling en de desbetreffende groepsondernemingen, zowel voor wat betreft de bruto- als netto omvang als voor wat betreft looptijden;
– deze groepsondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten of overeenkomstig daaraan gelijkwaardige, in een derde land geldende prudentiële standaarden;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat zij in redelijkheid niet aan de limieten van de grote postenregeling voor de betreffende posities kan voldoen;
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op haar groepsondernemingen passen binnen de beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf en dat de instelling beschikt over solide risicomanagementprocedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat en ervoor zorgt dat de grote posities op groepsondernemingen aansluiten op haar risicoprofiel; en
– de instelling aan DNB heeft aangetoond dat de posities op groepsondernemingen passen binnen de gezonde balansverhoudingen van de instelling en de desbetreffende groepsondernemingen, zowel voor wat betreft de bruto- als netto omvang als voor wat betreft looptijden;
c. activa die vorderingen op, en andere posities, waaronder deelnemingen of andere belangen, met betrekking tot regionale of centrale kredietinstellingen vertegenwoordigen waarmee de kredietinstelling krachtens wettelijke of statutaire bepalingen in het kader van een netwerk is verbonden en die op grond van die bepalingen belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk;
d. activa die vorderingen op centrale banken vertegenwoordigen in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in de nationale valuta luiden; en
e. 50% van de documentaire kredieten met middelhoog tot laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten buiten de balanstelling, bedoeld in bijlage 1 van de CRR, alsmede, met instemming van DNB, 80% van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlinge garantiesystemen met de status van kredietinstelling.
- Citeren als
- Art. 4:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034435
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl