BWBR0034435
Geldig vanaf 01-01-2014
Artikel 2:2:1
Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR
1. Een instelling berekent het maximaal uitkeerbare bedrag (Maximum Distributable Amount – MDA), als bedoeld in artikel 141, vierde lid, van de CRD IV, als het product van de uitkeerbare winst, bedoeld in het tweede lid, en het percentage, bedoeld in het derde lid.
2. De uitkeerbare winst als bedoeld in het eerste lid bedraagt de som van onderdeel a en b minus onderdeel c:
a. interim winsten, berekend ingevolge Titel 2 Boek 9 van het Burgerlijk wetboek of de toepasselijke internationale jaarrekeningstandaarden, voor zover deze winsten nog niet zijn toegerekend aan het CET1 kapitaal zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de CRR en voor zover deze winsten zijn gegenereerd sinds de meeste recente beslissing over handelingen, als bedoeld in artikel 141, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de CRD IV; en
b. winsten, berekend ingevolge Titel 2 Boek 9 van het Burgerlijk wetboek of de toepasselijke internationale jaarrekeningstandaarden, voor zover deze winsten nog niet zijn toegerekend aan het eigen vermogen en voor zover deze winsten zijn gegeneerd sinds de meeste recente beslissing over handelingen, als bedoeld in artikel 141, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de CRD IV;
c. de te betalen belasting als de winsten, bedoeld in onderdelen a en b van dit lid, door de bank of beleggingsonderneming zouden worden aangehouden.
3. Een bank of beleggingsonderneming, stelt het percentage als bedoeld in het eerste lid vast door de waarde van het CET1 kapitaal, voor zover dit niet wordt gebruikt om te voldoen aan de solvabiliteitsvereiste uit hoofde van artikel 92, eerste lid, onderdeel c, van de CRR, af te zetten tegen het gecombineerde buffervereiste, als bedoeld in artikel 128, onderdeel 6, van de CRD IV, waarbij:
a. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijfentwintig procent, het percentage nul procent (0%) bedraagt;
b. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijftig procent, het percentage twintig procent (20%) bedraagt;
c. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijfenzeventig procent, het percentage veertig procent (40%) bedraagt;
d. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan honderd procent, het percentage zestig procent (60%) bedraagt;
e. indien de omvang van het CET1 kapitaal groter is dan de vereiste kapitaalbuffer, het percentage honderd procent (100%) bedraagt.
4. Een instelling beschikt over adequate procedures om te waarborgen dat de berekening van het maximaal uitkeerbare bedrag (Maximum Distributable Amount – MDA), als bedoeld in het eerste lid, accuraat is.
2. De uitkeerbare winst als bedoeld in het eerste lid bedraagt de som van onderdeel a en b minus onderdeel c:
a. interim winsten, berekend ingevolge Titel 2 Boek 9 van het Burgerlijk wetboek of de toepasselijke internationale jaarrekeningstandaarden, voor zover deze winsten nog niet zijn toegerekend aan het CET1 kapitaal zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de CRR en voor zover deze winsten zijn gegenereerd sinds de meeste recente beslissing over handelingen, als bedoeld in artikel 141, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de CRD IV; en
b. winsten, berekend ingevolge Titel 2 Boek 9 van het Burgerlijk wetboek of de toepasselijke internationale jaarrekeningstandaarden, voor zover deze winsten nog niet zijn toegerekend aan het eigen vermogen en voor zover deze winsten zijn gegeneerd sinds de meeste recente beslissing over handelingen, als bedoeld in artikel 141, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de CRD IV;
c. de te betalen belasting als de winsten, bedoeld in onderdelen a en b van dit lid, door de bank of beleggingsonderneming zouden worden aangehouden.
3. Een bank of beleggingsonderneming, stelt het percentage als bedoeld in het eerste lid vast door de waarde van het CET1 kapitaal, voor zover dit niet wordt gebruikt om te voldoen aan de solvabiliteitsvereiste uit hoofde van artikel 92, eerste lid, onderdeel c, van de CRR, af te zetten tegen het gecombineerde buffervereiste, als bedoeld in artikel 128, onderdeel 6, van de CRD IV, waarbij:
a. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijfentwintig procent, het percentage nul procent (0%) bedraagt;
b. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijftig procent, het percentage twintig procent (20%) bedraagt;
c. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan vijfenzeventig procent, het percentage veertig procent (40%) bedraagt;
d. indien de omvang van het CET1 kapitaal afgezet tegen de vereiste kapitaalbuffer kleiner is dan honderd procent, het percentage zestig procent (60%) bedraagt;
e. indien de omvang van het CET1 kapitaal groter is dan de vereiste kapitaalbuffer, het percentage honderd procent (100%) bedraagt.
4. Een instelling beschikt over adequate procedures om te waarborgen dat de berekening van het maximaal uitkeerbare bedrag (Maximum Distributable Amount – MDA), als bedoeld in het eerste lid, accuraat is.
- Citeren als
- Art. 2:2:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034435
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl