BWBR0034435
Geldig vanaf 28-08-2015
Artikel 1:7
Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR
1. Onder regionale en lokale overheden als bedoeld in artikel 115 van de CRR worden verstaan:
a. In Nederland: provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvoor een openbaar lichaam is ingesteld;
b. in de overige lidstaten van de Europese Unie: regionale en lokale overheden die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land op de lijst zijn geplaatst van regionale en lokale overheden waarvoor hetzelfde risicogewicht geldt als voor hun centrale overheid.
2. Onder publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de CRR wordt verstaan:
a. in Nederland: 1°. gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover zij niet vallen onder het eerste lid, onderdeel a;
2°. kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met een publiekrechtelijke grondslag;
3°. universiteiten, hogescholen of academische ziekenhuizen, als genoemd in de Bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
1°. gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover zij niet vallen onder het eerste lid, onderdeel a;
2°. kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met een publiekrechtelijke grondslag;
3°. universiteiten, hogescholen of academische ziekenhuizen, als genoemd in de Bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte: publiekrechtelijk lichamen die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land worden aangemerkt als een publiekrechtelijk lichamen en voldoen aan de definitie van publiekrechtelijk lichaam in artikel 4, eerste lid, onderdeel 8, van de CRR.
3. Voor de toepassing van dit artikel worden onder derde landen die toezicht- en reguleringsvereisten toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie worden toegepast, uitsluitend verstaan de derde landen en grondgebieden die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 12 december 2014 betreffende de gelijkwaardigheid van de toezicht- en reguleringsvereisten van bepaalde derde landen en grondgebieden ten behoeve van de behandeling van blootstellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2014/908/EU; PbEU L 359).
a. In Nederland: provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvoor een openbaar lichaam is ingesteld;
b. in de overige lidstaten van de Europese Unie: regionale en lokale overheden die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land op de lijst zijn geplaatst van regionale en lokale overheden waarvoor hetzelfde risicogewicht geldt als voor hun centrale overheid.
2. Onder publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de CRR wordt verstaan:
a. in Nederland: 1°. gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover zij niet vallen onder het eerste lid, onderdeel a;
2°. kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met een publiekrechtelijke grondslag;
3°. universiteiten, hogescholen of academische ziekenhuizen, als genoemd in de Bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
1°. gemeenschappelijke regelingen, als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover zij niet vallen onder het eerste lid, onderdeel a;
2°. kerkgenootschappen en andere godsdienstige gemeenschappen met een publiekrechtelijke grondslag;
3°. universiteiten, hogescholen of academische ziekenhuizen, als genoemd in de Bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte: publiekrechtelijk lichamen die door de toezichthouder op financiële ondernemingen in het betrokken land worden aangemerkt als een publiekrechtelijk lichamen en voldoen aan de definitie van publiekrechtelijk lichaam in artikel 4, eerste lid, onderdeel 8, van de CRR.
3. Voor de toepassing van dit artikel worden onder derde landen die toezicht- en reguleringsvereisten toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie worden toegepast, uitsluitend verstaan de derde landen en grondgebieden die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 12 december 2014 betreffende de gelijkwaardigheid van de toezicht- en reguleringsvereisten van bepaalde derde landen en grondgebieden ten behoeve van de behandeling van blootstellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2014/908/EU; PbEU L 359).
- Citeren als
- Art. 1:7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034435
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl