1. De Kamer kan in afwijking van
artikel 71a, derde lid, van het ARARhaar eigen beoordelingsvoorschriften vaststellen.
2. Voor de toepassing van
hoofdstuk II van het BBRAgeldt voor personeel van de Kamer dat voor hen de minimum- en maximumsalarisbedragen van de salarisschalen van
bijlage B bij het BBRA, herleid overeenkomstig artikel 4, gelden. De treden tussen het minimum- en maximumsalaris kunnen worden ingevuld op de wijze die bij de kamers van koophandel en fabrieken gebruikelijk was, mits deze tevoren kenbaar is gemaakt en de instemming heeft van het georganiseerd overleg van de Kamer.
3. In afwijking van
artikel 7, vierde lid, van het BBRAkan de Kamer een regeling vaststellen waarbij een salarisverhoging ingaat op een voor het gehele personeel gelijk moment.
4. In afwijking van
artikel 5, derde lid, van het BBRAmag de Kamer gebruik maken van het functiewaarderingssysteem Universeel Systeem Berenschot. De als gevolg van de uitkomst van de functiewaardering toepasselijke salarisschaal van
bijlage B bij het BBRAwordt bepaald aan de hand van de als bijlage bij dit besluit gevoegde Conversietabel Functiewaardering.
5. In afwijking van de
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering BBRA 1984kan de Kamer, indien een personeelslid van die kamer bezwaar maakt tegen een vastgestelde waarderingsuitkomst, advies vragen aan een door de Kamer aangewezen bezwarencommissie. De Kamer kan in afwijking van
artikel 7 van de regelingeen eigen regeling treffen met betrekking tot de samenstelling van deze commissie.