BWBR0003997
Geldig vanaf 1986-09-01
Artikel 7
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering BBRA 1984
1. Er is een commissie van advies bezwaren functiewaardering, nader te noemen; de bezwarencommissie.
2. Voor de behandeling van een bezwaar bestaat de bezwarencommissie uit: de voorzitter, tevens lid, dan wel een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid; één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep personen bedoeld in het zevende lid onder a; en één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep van personen bedoeld in het zevende lid onder b.
3. De bezwarencommissie wordt bijgestaan door een secretaris die deel uitmaakt van een secretariaat. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt er zorg voor dat een secretariaat ter beschikking wordt gesteld van de bezwarencommissie.
4. De voorzitter en zijn plaatsvervanger, zomede de in het zevende lid bedoelde personen, worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die eveneens bevoegd is een benoeming in te trekken.
5. De benoeming van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitters is onderwerp van overleg met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
6. Behoudens in geval zulks plaatsvindt op verzoek van de betrokkenen wordt omtrent een intrekking van de benoeming van de in het vijfde lid bedoelde personen niet beslist dan na overleg met de in dat lid genoemde commissie.
7. De voor aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in aanmerking komende personen worden onderscheiden in twee groepen te weten:
a. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de Interdepartementale Coördinatievergadering Personeelsbeleid Rijksdienst;
b. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren.
2. Voor de behandeling van een bezwaar bestaat de bezwarencommissie uit: de voorzitter, tevens lid, dan wel een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid; één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep personen bedoeld in het zevende lid onder a; en één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep van personen bedoeld in het zevende lid onder b.
3. De bezwarencommissie wordt bijgestaan door een secretaris die deel uitmaakt van een secretariaat. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt er zorg voor dat een secretariaat ter beschikking wordt gesteld van de bezwarencommissie.
4. De voorzitter en zijn plaatsvervanger, zomede de in het zevende lid bedoelde personen, worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die eveneens bevoegd is een benoeming in te trekken.
5. De benoeming van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitters is onderwerp van overleg met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
6. Behoudens in geval zulks plaatsvindt op verzoek van de betrokkenen wordt omtrent een intrekking van de benoeming van de in het vijfde lid bedoelde personen niet beslist dan na overleg met de in dat lid genoemde commissie.
7. De voor aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in aanmerking komende personen worden onderscheiden in twee groepen te weten:
a. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de Interdepartementale Coördinatievergadering Personeelsbeleid Rijksdienst;
b. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren.