BWBR0034314
Geldig vanaf 2014-06-29
Artikel 8bb
Tijdelijke regeling openstelling en subsidieplafonds EZ 2014
1. Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, punt A, bij de Regeling LNV-subsidieskunnen worden ingediend in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 29 augustus 2014.
2. In afwijking van bijlage 2, hoofdstuk 4, punt B, bij de Regeling LNV-subsidieskunnen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de:
a. melkveehouderij;
b. vleesveehouderij;
c. schapenhouderij;
d. geitenhouderij;
e. varkenshouderij;
f. kalverenhouderij;
g. pluimveehouderij, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of
h. konijnenhouderij.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op varkens- en pluimveehouderijen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden.
4. De landbouwondernemingen, bedoeld in het tweede lid, zijn ten hoogste 3.000 meter verwijderd van een gebied als beschreven in de bijlagebij deze regeling.
5. De investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in het eerste lid leidt tot een emissiewaarde van ten hoogste 75% ten opzichte van:
a. de maximale emissiewaarde voor de specifieke diercategorie, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij of
b. de emissiefactor voor overige huisvesting in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij of, indien voor de desbetreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld, in bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.
2. In afwijking van bijlage 2, hoofdstuk 4, punt B, bij de Regeling LNV-subsidieskunnen aanvragen worden ingediend door landbouwondernemingen die werkzaam zijn in de:
a. melkveehouderij;
b. vleesveehouderij;
c. schapenhouderij;
d. geitenhouderij;
e. varkenshouderij;
f. kalverenhouderij;
g. pluimveehouderij, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of
h. konijnenhouderij.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op varkens- en pluimveehouderijen gelegen in extensiveringsgebieden als bedoeld in artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden.
4. De landbouwondernemingen, bedoeld in het tweede lid, zijn ten hoogste 3.000 meter verwijderd van een gebied als beschreven in de bijlagebij deze regeling.
5. De investering in een integraal duurzame stal of houderijsysteem als bedoeld in het eerste lid leidt tot een emissiewaarde van ten hoogste 75% ten opzichte van:
a. de maximale emissiewaarde voor de specifieke diercategorie, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij of
b. de emissiefactor voor overige huisvesting in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij of, indien voor de desbetreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld, in bijlage 1 bij het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.