BWBR0034314
Geldig vanaf 2014-06-29
Artikel 8ff
Tijdelijke regeling openstelling en subsidieplafonds EZ 2014
1. De door de Minister van Economische Zaken ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 8bb, advies uit aan de Minister van Economische Zaken in de vorm van een rangschikking.
2. Overeenkomstig artikel 1:4 van de Regeling LNV-subsidieswordt een aanvraag hoger gerangschikt:
a. indien de integraal duurzame stal of het houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert;
b. naarmate de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft;
c. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en de kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn;
d. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en de kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, de diergezondheid of de arbeidsomstandigheden;
e. naarmate de vermindering van de uitstoot van ammoniak hoger is;
f. naarmate de landbouwonderneming al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening.
3. Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het tweede lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd worden gerangschikt door loting voor zover door die aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden.
4. Als beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.
2. Overeenkomstig artikel 1:4 van de Regeling LNV-subsidieswordt een aanvraag hoger gerangschikt:
a. indien de integraal duurzame stal of het houderijsysteem waarin wordt geïnvesteerd in de beginfase van marktintroductie verkeert;
b. naarmate de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem meer economisch of technisch perspectief heeft;
c. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en de kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het dierenwelzijn;
d. naarmate er voor de investering in de integraal duurzame stal of het houderijsysteem een betere verhouding tussen de prijs en de kwaliteit bestaat, gezien het aangevraagde subsidiebedrag en de verbetering van het milieu, de diergezondheid of de arbeidsomstandigheden;
e. naarmate de vermindering van de uitstoot van ammoniak hoger is;
f. naarmate de landbouwonderneming al dan niet in het bezit is van de in voorkomend geval noodzakelijke vergunningen voor de uitvoering van het investeringsplan dan wel deze vergunningen heeft aangevraagd op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening.
3. Aanvragen tot subsidieverlening die op grond van het tweede lid inhoudelijk gelijk zijn gewaardeerd worden gerangschikt door loting voor zover door die aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden.
4. Als beoordelingscommissie, bedoeld in het eerste lid, wordt ingesteld de beoordelingscommissie concurrerende landbouw.