BWBR0034079
Geldig vanaf 2013-10-29
Artikel 7.1
Beleidsregel binnenvaart 2013
Voor de toepassing van de artikelen 3.03, vijfde lid, van het RoSR 1995en 3.03, vijfde lid, van Bijlage II van richtlijn 2006/87/EGstaat de certificerende instantie de volgende doorvoeringen door de schotten toe:
a. elektrische kabels, indien de doorvoering door het schot deugdelijk is uitgevoerd;
b. doorvoeringen van systemen die in de achterliggende ruimte een volledig gesloten systeem vormen, zoals bijvoorbeeld AC units;
c. een lensleiding, mits het ongeacht de stand van de afsluiters, niet mogelijk is dat er via deze leiding water vanuit de voorpiek in ruimte achter het schot stroomt. Zo nodig worden hiervoor terugslagkleppen aangebracht;
d. uitlaten en luchttoevoerleidingen die tenminste 50 cm boven de maximale ontwerpdiepgang liggen of, als ze minder dan 50 cm boven deze lijn liggen: 1°. dikwandig zijn uitgevoerd;
2°. zo hoog mogelijk door het schot gaan;
3°. zoveel mogelijk midscheeps maar in ieder geval 1/5 B uit de huid liggen;
4°. zo dicht mogelijk tegen het schot aan liggen; en
5°. nooit verder naar voren uitkomen dan 3% van de lengte vanuit de VLL gemeten.
1°. dikwandig zijn uitgevoerd;
2°. zo hoog mogelijk door het schot gaan;
3°. zoveel mogelijk midscheeps maar in ieder geval 1/5 B uit de huid liggen;
4°. zo dicht mogelijk tegen het schot aan liggen; en
5°. nooit verder naar voren uitkomen dan 3% van de lengte vanuit de VLL gemeten.
a. elektrische kabels, indien de doorvoering door het schot deugdelijk is uitgevoerd;
b. doorvoeringen van systemen die in de achterliggende ruimte een volledig gesloten systeem vormen, zoals bijvoorbeeld AC units;
c. een lensleiding, mits het ongeacht de stand van de afsluiters, niet mogelijk is dat er via deze leiding water vanuit de voorpiek in ruimte achter het schot stroomt. Zo nodig worden hiervoor terugslagkleppen aangebracht;
d. uitlaten en luchttoevoerleidingen die tenminste 50 cm boven de maximale ontwerpdiepgang liggen of, als ze minder dan 50 cm boven deze lijn liggen: 1°. dikwandig zijn uitgevoerd;
2°. zo hoog mogelijk door het schot gaan;
3°. zoveel mogelijk midscheeps maar in ieder geval 1/5 B uit de huid liggen;
4°. zo dicht mogelijk tegen het schot aan liggen; en
5°. nooit verder naar voren uitkomen dan 3% van de lengte vanuit de VLL gemeten.
1°. dikwandig zijn uitgevoerd;
2°. zo hoog mogelijk door het schot gaan;
3°. zoveel mogelijk midscheeps maar in ieder geval 1/5 B uit de huid liggen;
4°. zo dicht mogelijk tegen het schot aan liggen; en
5°. nooit verder naar voren uitkomen dan 3% van de lengte vanuit de VLL gemeten.