BWBR0033786
Geldig vanaf 08-01-2014
Artikel 25
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
1. Een verzoek tot tijdelijke vrijstelling of de verlenging daarvan wordt eerst in behandeling genomen nadat het tarief hiervoor, waarvan de hoogte bij verordening wordt vastgesteld, door de desbetreffende accountantspraktijk of accountantsafdeling is voldaan.
2. Een tijdelijke vrijstelling van een toetsing of een hertoetsing kan worden verleend in het geval:
a. het aantal door de accountantspraktijk of de accountantsafdeling afgeronde assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten als gevolg van de opbouwfase waarin de accountantspraktijk of de accountantsafdeling zich bevindt, zodanig beperkt is dat een toetsing een onvoldoende representatief beeld oplevert van de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling;
b. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen afzienbare termijn ophoudt te bestaan;
c. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat een accountantspraktijk of accountantsafdeling als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel betrokken is bij een fusie met of een overname van of door een accountantspraktijk of accountantsafdeling van vergelijkbare omvang; of
d. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij een accountantspraktijk of accountantsafdeling werkzame accountants of de aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
3. Een tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing kan slechts worden verleend voor de duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor de duur van maximaal één jaar.
4. Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na in behandeling nemen van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing.
5. Het bestuur kan de in het vierde lid genoemde termijn verlengen met maximaal zes weken.
6. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is verleend, zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
7. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die een aanvraag hebben ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
9. Het zesde en zevende lid vinden geen toepassing in het geval de accountantspraktijk of de accountantsafdeling een aanvraag heeft ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een koepelorganisatie nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een toetsing op grond van in artikel 11, eerste lid.
10. Het achtste lid vindt geen toepassing in het geval de in dat lid bedoelde aanvraag is ingediend nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een hertoetsing.
2. Een tijdelijke vrijstelling van een toetsing of een hertoetsing kan worden verleend in het geval:
a. het aantal door de accountantspraktijk of de accountantsafdeling afgeronde assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten als gevolg van de opbouwfase waarin de accountantspraktijk of de accountantsafdeling zich bevindt, zodanig beperkt is dat een toetsing een onvoldoende representatief beeld oplevert van de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling;
b. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen afzienbare termijn ophoudt te bestaan;
c. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat een accountantspraktijk of accountantsafdeling als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel betrokken is bij een fusie met of een overname van of door een accountantspraktijk of accountantsafdeling van vergelijkbare omvang; of
d. tijdelijk niet kan worden voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 3 doordat de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij een accountantspraktijk of accountantsafdeling werkzame accountants of de aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
3. Een tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing kan slechts worden verleend voor de duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor de duur van maximaal één jaar.
4. Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na in behandeling nemen van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling van een (her)toetsing.
5. Het bestuur kan de in het vierde lid genoemde termijn verlengen met maximaal zes weken.
6. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waaraan een accreditatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is verleend, zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
7. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die lid zijn van of aangesloten zijn bij een koepelorganisatie waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8. Accountantspraktijken of accountantsafdelingen die een aanvraag hebben ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
9. Het zesde en zevende lid vinden geen toepassing in het geval de accountantspraktijk of de accountantsafdeling een aanvraag heeft ingediend voor het lidmaatschap van of de aansluiting bij een koepelorganisatie nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een toetsing op grond van in artikel 11, eerste lid.
10. Het achtste lid vindt geen toepassing in het geval de in dat lid bedoelde aanvraag is ingediend nadat een accountantspraktijk of een accountantsafdeling is aangewezen voor een hertoetsing.
- Citeren als
- Art. 25
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033786
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl