BWBR0033786
Geldig vanaf 08-01-2014
Artikel 15
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
1. Het bestuur beperkt zich tot een marginale toetsing van het definitieve toetsingsverslag en stelt naar aanleiding hiervan en het eventuele commentaar als bedoeld in artikel 13, achtste lid, een eindoordeel vast, al dan niet voorzien van aanbevelingen of aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van geconstateerde tekortkomingen, dat hij binnen zes weken na afloop van de in artikel 13, achtste lid, bedoelde termijn ter kennis brengt van de accountantspraktijk of de accountantsafdeling. Het bestuur kan gemotiveerd afwijken van het voorstel van de toetser of het toetsingsteam.
2. Het bestuur kan de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken verlengen.
3. Een eindoordeel na een toetsing kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing behoeft verbetering en voldoet in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
c. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep.
4. Een eindoordeel na een hertoetsing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep.
5. In het geval aan een accountantspraktijk of de accountantsafdeling een eindoordeel als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt gegeven, dan dient de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen een door het bestuur te stellen termijn een door het bestuur goed te keuren verbeterplan in.
6. Het bestuur stelt een termijn waarbinnen het stelsel van kwaliteitsbeheersing dient te worden aangepast en moet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de Wet het accountantsberoep.
7. Het bestuur kan volstaan met een gedeeltelijke goedkeuring van het verbeterplan. Het bestuur vermeldt daarbij op welke onderdelen het verbeterplan tekort schiet.
8. Voor het beoordelen van het in het verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, wordt een tarief in rekening gebracht waarvan de hoogte bij verordening wordt vastgesteld.
9. De tijd welke het bestuur besteedt aan de beoordeling van een verbeterplan, schort niet de termijn op bedoeld in het zesde lid.
10. In het geval een eindoordeel luidt als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, kan het bestuur een tuchtrechtelijk procedure aanhangig maken bij de Accountantskamer.
2. Het bestuur kan de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken verlengen.
3. Een eindoordeel na een toetsing kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing behoeft verbetering en voldoet in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
c. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep.
4. Een eindoordeel na een hertoetsing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan als volgt luiden:
a. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep;
b. het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep.
5. In het geval aan een accountantspraktijk of de accountantsafdeling een eindoordeel als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt gegeven, dan dient de accountantspraktijk of de accountantsafdeling binnen een door het bestuur te stellen termijn een door het bestuur goed te keuren verbeterplan in.
6. Het bestuur stelt een termijn waarbinnen het stelsel van kwaliteitsbeheersing dient te worden aangepast en moet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de Wet het accountantsberoep.
7. Het bestuur kan volstaan met een gedeeltelijke goedkeuring van het verbeterplan. Het bestuur vermeldt daarbij op welke onderdelen het verbeterplan tekort schiet.
8. Voor het beoordelen van het in het verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, wordt een tarief in rekening gebracht waarvan de hoogte bij verordening wordt vastgesteld.
9. De tijd welke het bestuur besteedt aan de beoordeling van een verbeterplan, schort niet de termijn op bedoeld in het zesde lid.
10. In het geval een eindoordeel luidt als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, kan het bestuur een tuchtrechtelijk procedure aanhangig maken bij de Accountantskamer.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033786
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl