BWBR0033786
Geldig vanaf 08-01-2014
Artikel 13
Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen
1. De toetser of het toetsingsteam bespreekt direct na afloop van de (her)toetsing met de accountantspraktijk of de accountantsafdeling de bevindingen op hoofdlijnen.
2. De toetser of het toetsingsteam stelt binnen een door het bestuur te stellen termijn na de eindbespreking een concept toetsingsverslag samen.
3. Het toetsingsverslag als bedoeld in het tweede lid omvat naast de bevindingen van de toetser of het toetsingsteam tevens een gemotiveerd voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid of artikel 15, vierde lid.
4. De toetser of het toetsingsteam kan bij het voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a of artikel 15, vierde lid, onderdeel a, aanbevelingen doen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
5. Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
6. Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel c of artikel 15, vierde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing en motiveert de ernst van de geconstateerde tekortkomingen.
7. De toetser of het toetsingsteam draagt zorg voor de verzending van het concept toetsingsverslag binnen een door het bestuur te stellen termijn aan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling.
8. De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn schriftelijk commentaar op het concept toetsingsverslag, bedoeld in het tweede lid, aan de toetser of het toetsingsteam zenden welke na verwerking van het commentaar het toetsingsverslag definitief maakt en aan de accountantspraktijk of accountantsafdeling en aan het bestuur zendt.
2. De toetser of het toetsingsteam stelt binnen een door het bestuur te stellen termijn na de eindbespreking een concept toetsingsverslag samen.
3. Het toetsingsverslag als bedoeld in het tweede lid omvat naast de bevindingen van de toetser of het toetsingsteam tevens een gemotiveerd voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid of artikel 15, vierde lid.
4. De toetser of het toetsingsteam kan bij het voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a of artikel 15, vierde lid, onderdeel a, aanbevelingen doen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
5. Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
6. Bij een voorstel voor een oordeel als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel c of artikel 15, vierde lid, onderdeel b, doet de toetser of het toetsingsteam tevens een voorstel voor aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering van het stelsel van kwaliteitsbeheersing en motiveert de ernst van de geconstateerde tekortkomingen.
7. De toetser of het toetsingsteam draagt zorg voor de verzending van het concept toetsingsverslag binnen een door het bestuur te stellen termijn aan de accountantspraktijk of de accountantsafdeling.
8. De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn schriftelijk commentaar op het concept toetsingsverslag, bedoeld in het tweede lid, aan de toetser of het toetsingsteam zenden welke na verwerking van het commentaar het toetsingsverslag definitief maakt en aan de accountantspraktijk of accountantsafdeling en aan het bestuur zendt.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033786
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl