BWBR0033718
Geldig vanaf 2013-07-27
Artikel 5
Besluit experiment bindend studieadvies
1. Aan het experiment kunnen instellingen deelnemen voor zover het totaal aantal studenten dat onder de werking van het besluit valt niet meer bedraagt dan 10% van het totaal aantal studenten dat op 1 oktober 2012 was ingeschreven in het hoger onderwijs.
2. Het is een instelling niet toegestaan het experimentele BSA in te voeren bij een opleiding, waarvoor landelijk gezien geen soortgelijke tweede opleiding bestaat.
3. Een instellingsbestuur van een deelnemende instelling is verplicht:
a. de opleidingen aan te wijzen waarvoor het experiment zal gelden;
b. zodanige voorzieningen te hebben dat daardoor de studievoortgang bij de aangewezen opleidingen wordt bevorderd;
c. zodanige studienormen te hanteren dat deze zich in redelijkheid verhouden tot de aard van de opleiding en het aanwezige voorzieningenniveau; en
d. tijdig zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten te verstrekken over de deelname aan en inrichting van het experiment dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan;
4. Onder de voorzieningen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, worden in ieder geval begrepen:
a. passende onderwijsintensiteit en een intensieve studiebegeleiding;
b. hoge kwaliteit van de docenten; en
c. begeleiding door het instellingsbestuur bij herplaatsing van geheel of gedeeltelijk afgewezen studenten.
2. Het is een instelling niet toegestaan het experimentele BSA in te voeren bij een opleiding, waarvoor landelijk gezien geen soortgelijke tweede opleiding bestaat.
3. Een instellingsbestuur van een deelnemende instelling is verplicht:
a. de opleidingen aan te wijzen waarvoor het experiment zal gelden;
b. zodanige voorzieningen te hebben dat daardoor de studievoortgang bij de aangewezen opleidingen wordt bevorderd;
c. zodanige studienormen te hanteren dat deze zich in redelijkheid verhouden tot de aard van de opleiding en het aanwezige voorzieningenniveau; en
d. tijdig zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten te verstrekken over de deelname aan en inrichting van het experiment dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan;
4. Onder de voorzieningen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, worden in ieder geval begrepen:
a. passende onderwijsintensiteit en een intensieve studiebegeleiding;
b. hoge kwaliteit van de docenten; en
c. begeleiding door het instellingsbestuur bij herplaatsing van geheel of gedeeltelijk afgewezen studenten.