BWBR0033327
Geldig vanaf 2013-04-25
Artikel 2.8
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM
1. De basis voor vaststelling van de boetegrondslag wordt gevormd door de totale jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.
2. Bij de toepassing van het eerste lid gaat de ACM uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat.
3. Wat de geografische toerekening van de omzet betreft volgt de ACM de uitgangspunten zoals uiteengezet door de Europese Commissie in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU 2008, C 95).
4. Indien de ACM de totale jaaromzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de ACM hiervan een schatting maken.
2. Bij de toepassing van het eerste lid gaat de ACM uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar het oordeel van de ACM geen passende beboeting toelaat.
3. Wat de geografische toerekening van de omzet betreft volgt de ACM de uitgangspunten zoals uiteengezet door de Europese Commissie in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU 2008, C 95).
4. Indien de ACM de totale jaaromzet niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de ACM hiervan een schatting maken.