BWBR0033327
Geldig vanaf 2013-04-25
Artikel 2.24
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM
1. Een onderzoek als bedoeld in de artikelen 2.21, onder b, en 2.22, eerste lid, onder b, begint vanaf het moment dat de ACM haar eerste vermoeden van een kartel intern schriftelijk heeft vastgelegd.
2. Onder informatie met aanzienlijke additionele waarde als bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, onder c, en 2.23, onder b, wordt verstaan bewijsmateriaal dat aanzienlijk bijdraagt aan het vaststellen van het kartel, gezien de aard en nauwkeurigheid ervan en hetgeen op het tijdstip van verstrekking bij de ACM bekend is.
2. Onder informatie met aanzienlijke additionele waarde als bedoeld in de artikelen 2.22, eerste lid, onder c, en 2.23, onder b, wordt verstaan bewijsmateriaal dat aanzienlijk bijdraagt aan het vaststellen van het kartel, gezien de aard en nauwkeurigheid ervan en hetgeen op het tijdstip van verstrekking bij de ACM bekend is.