BWBR0033310
Geldig vanaf 25-06-2011
Artikel 23
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009
1. De ambtenaren werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, met uitzondering van de ambtenaren werkzaam bij de directie Juridische Dienst, zijn aangewezen als:
a. ambtenaren als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Mededingingswet, belast met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wet;
b. personen als bedoeld in artikel 1:25a, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 1:72, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, belast met toezicht op de naleving van artikel 5:88 van die wet;
c. ambtenaren als bedoeld in artikel 15.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet, belast met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid, van die wet;
d. ambtenaren als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden belast met de uitvoering van het onderzoek als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die wet;
e. ambtenaren als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Gaswet en artikel 5, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wetten;
f. ambtenaren als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, derde lid, en 9 van die wet.
g. ambtenaren als bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de Spoorwegwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in artikel 76, tweede lid, van die wet;
h. ambtenaren als bedoeld in de artikelen 45b, eerste lid, en 45i, eerste lid, van de Loodsenwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in de artikelen 45f, eerste lid, en 46, tweede lid, en 45h, eerste lid, van die wet;
i. ambtenaren als bedoeld in artikel 11.14a, eerste lid, van de Wet luchtvaart, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 8.25d tot en met 8.25h van die wet;
j. ambtenaren als bedoeld in artikel 87, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, belast met het toezicht op de naleving van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, van die wet.
2. De ambtenaren werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn aangewezen als:
a. functionarissen als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de Verordening 1/20033Verordening 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEU 2003, L 001., belast met het verlenen van bijstand aan door de Europese Commissie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen;
b. functionarissen als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Verordening 1/2003, belast met het verrichten van een inspectie op verzoek van de Europese Commissie of andere mededingingsautoriteiten.
a. ambtenaren als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Mededingingswet, belast met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wet;
b. personen als bedoeld in artikel 1:25a, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 1:72, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, belast met toezicht op de naleving van artikel 5:88 van die wet;
c. ambtenaren als bedoeld in artikel 15.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet, belast met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid, van die wet;
d. ambtenaren als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden belast met de uitvoering van het onderzoek als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die wet;
e. ambtenaren als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Gaswet en artikel 5, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wetten;
f. ambtenaren als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, derde lid, en 9 van die wet.
g. ambtenaren als bedoeld in artikel 70, tweede lid, van de Spoorwegwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in artikel 76, tweede lid, van die wet;
h. ambtenaren als bedoeld in de artikelen 45b, eerste lid, en 45i, eerste lid, van de Loodsenwet, belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen genoemd in de artikelen 45f, eerste lid, en 46, tweede lid, en 45h, eerste lid, van die wet;
i. ambtenaren als bedoeld in artikel 11.14a, eerste lid, van de Wet luchtvaart, belast met het toezicht op de naleving van de artikelen 8.25d tot en met 8.25h van die wet;
j. ambtenaren als bedoeld in artikel 87, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, belast met het toezicht op de naleving van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid, van die wet.
2. De ambtenaren werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn aangewezen als:
a. functionarissen als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de Verordening 1/20033Verordening 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEU 2003, L 001., belast met het verlenen van bijstand aan door de Europese Commissie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen;
b. functionarissen als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Verordening 1/2003, belast met het verrichten van een inspectie op verzoek van de Europese Commissie of andere mededingingsautoriteiten.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033310
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl