BWBR0033310
Geldig vanaf 25-06-2011
Artikel 11
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009
1. Aan de directeuren van de directie Juridische Dienst, de directie Mededinging, en de directie Regulering Energie en Vervoer en hun plaatsvervangers wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de Mededingingswet, de Wet op het financieel toezicht, de Telecommunicatiewet, de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet onafhankelijk netbeheer, de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Wet luchtvaart, de Wet personenvervoer 2000, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet openbaarheid van bestuur.
2. De mandaatverlening, bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing, met uitzondering van besluiten die in ondermandaat namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden genomen;
b. besluiten op grond van artikel 37 van de Mededingingswet, waarin een vergunning wordt vereist, en besluiten op grond van de artikelen 40, 41, 44, 45 en 46 van de Mededingingswet;
c. beslissingen op bezwaar;
d. regelgeving;
e. besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3. In afwijking van het tweede lid, onder c, wordt aan de directeur van de directie Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaar niet zijnde een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, een beslissing inzake geschilbeslechting, een beslissing betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing.
2. De mandaatverlening, bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing, met uitzondering van besluiten die in ondermandaat namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden genomen;
b. besluiten op grond van artikel 37 van de Mededingingswet, waarin een vergunning wordt vereist, en besluiten op grond van de artikelen 40, 41, 44, 45 en 46 van de Mededingingswet;
c. beslissingen op bezwaar;
d. regelgeving;
e. besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3. In afwijking van het tweede lid, onder c, wordt aan de directeur van de directie Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaar niet zijnde een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, een beslissing inzake geschilbeslechting, een beslissing betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie, een voorlopige last onder dwangsom of een bindende aanwijzing.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033310
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl