1. De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van de
artikelen 5, derde lid,
25, vijfde lid, tweede volzin,
25a, derde lid,
30, vijfde lid, derde volzin, en
37, eerste lid, van de wetbinnen zes weken schriftelijk advies uit aan Onze Minister. De commissie kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, met ten hoogste twee weken verlengen.
2. De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van de
artikelen 28, derde lid, derde volzin,
29, vierde lid, derde volzin, en
32, vierde lid, derde volzin, van de wetzo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de negende dag voor de dag van de stemming, schriftelijk advies uit aan Onze Minister.
3. De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van
artikel 28a, derde lid, derde volzin, van de wetzo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken na de dag van de stemming, schriftelijk advies uit aan Onze Minister.
4. Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed.