BWBR0032975
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 9
Regeling integriteitsbeleid EZ
1. De secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken wijst ten minste één compliance officer aan voor de bij de organisatie-onderdelen van het ministerie werkzame medewerkers. Voorts wijst de secretaris-generaal ten minste één compliance officer aan per organisatie voor:
a. de leden van de Autoriteit Consument en Markt en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
b. de leden van de centrale commissie dierproeven en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
c. de leden van het nationaal comité en de onder zijn gezag werkzame medewerkers.
2. De compliance officers zijn ieder voor het eigen taakgebied belast met:
a. het ontvangen en registreren van meldingen als bedoeld in artikel 61a, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. het gevraagd en ongevraagd adviseren over en bijstand verlenen bij de uitvoering en handhaving van deze paragraaf door een hoofd van dienst;
c. het gevraagd adviseren van medewerkers over de uitvoering van deze paragraaf.
3. De compliance officers leggen verantwoording af aan de secretaris-generaal en brengen daartoe ten minste eenmaal per jaar aan hem een rapport uit, waaruit blijkt:
a. het aantal aanwijzingen van meldingsplichtigen en vaststellingen van restricted lists,
b. het aantal ontvangen meldingen,
c. het aantal in verband met meldingen gemaakte afspraken,
d. welke problemen zijn gerezen bij de uitvoering van deze paragraaf.
4. De compliance officers dragen er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van de meldingsplichtigen zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
5. De compliance officers ontvangen ieder voor het eigen taakgebied een afschrift van alle beschikkingen, correspondentie en afspraken met meldingsplichtigen en eventuele onderzoeken en zij archiveren deze in het register waarin zij ook de meldingen registreren.
a. de leden van de Autoriteit Consument en Markt en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
b. de leden van de centrale commissie dierproeven en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
c. de leden van het nationaal comité en de onder zijn gezag werkzame medewerkers.
2. De compliance officers zijn ieder voor het eigen taakgebied belast met:
a. het ontvangen en registreren van meldingen als bedoeld in artikel 61a, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. het gevraagd en ongevraagd adviseren over en bijstand verlenen bij de uitvoering en handhaving van deze paragraaf door een hoofd van dienst;
c. het gevraagd adviseren van medewerkers over de uitvoering van deze paragraaf.
3. De compliance officers leggen verantwoording af aan de secretaris-generaal en brengen daartoe ten minste eenmaal per jaar aan hem een rapport uit, waaruit blijkt:
a. het aantal aanwijzingen van meldingsplichtigen en vaststellingen van restricted lists,
b. het aantal ontvangen meldingen,
c. het aantal in verband met meldingen gemaakte afspraken,
d. welke problemen zijn gerezen bij de uitvoering van deze paragraaf.
4. De compliance officers dragen er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van de meldingsplichtigen zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
5. De compliance officers ontvangen ieder voor het eigen taakgebied een afschrift van alle beschikkingen, correspondentie en afspraken met meldingsplichtigen en eventuele onderzoeken en zij archiveren deze in het register waarin zij ook de meldingen registreren.