BWBR0032975
Geldig vanaf 2014-04-24
Artikel 11
Regeling integriteitsbeleid EZ
1. Van rechtswege zijn voor de duur van hun functievervulling aangewezen als meldingsplichtige:
a. de secretaris-generaal, en de loco secretaris-generaal,
b. de directeuren-generaal en de directeuren van de beleidsonderdelen bedoeld in de bijlage behorende bij het door de Minister van Economische Zaken vastgesteld besluit houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het ministerie,
c. het hoofd van dienst en de hoofden van een organisatie-onderdeel van: 1°. de Dienst ICT Uitvoering,
2°. de Dienst Landelijk Gebied, en
3°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,
1°. de Dienst ICT Uitvoering,
2°. de Dienst Landelijk Gebied, en
3°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,
d. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,
e. de leden van de Autoriteit Consument en Markt en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
f. de directeur van het Centraal Planbureau,
g. de directeur Bureau Bestuursraad,
h. de directeur Communicatie,
i. de directeur Financieel-Economische Zaken,
j. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken,
k. de compliance officers,
l. de leden van de centrale commissie dierproeven en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
m. de leden van het nationaal comité en de onder zijn gezag werkzame medewerkers.
2. Voor degenen, bedoeld in het eerste lid, geldt een restricted list die bestaat uit:
a. alle effecten: voor degenen, bedoeld in de onderdelen a tot en met k;
b. alle effecten betreffende bedrijven en instellingen die een belang hebben bij het verrichten van dierproeven: voor degenen, bedoeld in de onderdelen l en m.
a. de secretaris-generaal, en de loco secretaris-generaal,
b. de directeuren-generaal en de directeuren van de beleidsonderdelen bedoeld in de bijlage behorende bij het door de Minister van Economische Zaken vastgesteld besluit houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het ministerie,
c. het hoofd van dienst en de hoofden van een organisatie-onderdeel van: 1°. de Dienst ICT Uitvoering,
2°. de Dienst Landelijk Gebied, en
3°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,
1°. de Dienst ICT Uitvoering,
2°. de Dienst Landelijk Gebied, en
3°. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,
d. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,
e. de leden van de Autoriteit Consument en Markt en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
f. de directeur van het Centraal Planbureau,
g. de directeur Bureau Bestuursraad,
h. de directeur Communicatie,
i. de directeur Financieel-Economische Zaken,
j. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken,
k. de compliance officers,
l. de leden van de centrale commissie dierproeven en de onder haar gezag werkzame medewerkers,
m. de leden van het nationaal comité en de onder zijn gezag werkzame medewerkers.
2. Voor degenen, bedoeld in het eerste lid, geldt een restricted list die bestaat uit:
a. alle effecten: voor degenen, bedoeld in de onderdelen a tot en met k;
b. alle effecten betreffende bedrijven en instellingen die een belang hebben bij het verrichten van dierproeven: voor degenen, bedoeld in de onderdelen l en m.