BWBR0032899
Geldig vanaf 2013-03-15
Artikel 11
Regeling verdeling op afroep
1. Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep van een aanvrager, verspreidt geen vertrouwelijke informatie en doet geen vertrouwelijke informatie verspreiden aan een andere aanvrager of een derde, en maakt geen vertrouwelijke informatie openbaar tot de mededeling bedoeld in artikel 24, zevende lid. De vorige volzin is na de mededeling bedoeld in artikel 24, derde lid, niet van toepassing op communicatie over de hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen tussen winnende deelnemers ten behoeve van het bereiken van de overeenstemming, bedoeld in artikel 24, vijfde en zesde lid.
2. Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep van een aanvrager, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in de veilingprocedure daaronder begrepen.
3. Indien naar het oordeel van de minister sprake is van gedragingen in strijd met het eerste of tweede lid, kan de minister de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar.
4. De minister kan een aanvrager die naar het oordeel van de minister handelt in strijd met het eerste of tweede lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.
5. Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste of tweede lid, kan de minister:
a. de uitkomst van een of meer biedingen of biedronden ongeldig verklaren, of
b. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.
2. Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep van een aanvrager, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in de veilingprocedure daaronder begrepen.
3. Indien naar het oordeel van de minister sprake is van gedragingen in strijd met het eerste of tweede lid, kan de minister de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar.
4. De minister kan een aanvrager die naar het oordeel van de minister handelt in strijd met het eerste of tweede lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.
5. Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste of tweede lid, kan de minister:
a. de uitkomst van een of meer biedingen of biedronden ongeldig verklaren, of
b. besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.