BWBR0032818
Geldig vanaf 2013-01-25
Artikel 7
Besluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente
1. Ingeval door het aangaan van een fiscale eenheid een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden ingevolge artikel 15ad van de wetniet in aftrek komt en tot de bezittingen van de maatschappij waarmee de fiscale eenheid wordt aangegaan een of meerdere deelnemingen behoren die als gevolg van de voeging als deelnemingen van de moedermaatschappij van de fiscale eenheid worden aangemerkt, wordt genoemd bedrag aan renten en kosten dat niet in aftrek komt verminderd naar evenredigheid van het deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in die maatschappij dat toerekenbaar is aan die deelnemingen, voor zover de verkrijgingsprijs van die deelnemingen bij de fiscale eenheid in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de deelnemingschuld, bedoeld in artikel 13l, derde lid, van de wet. De vermindering, bedoeld in de eerste volzin, bedraagt ten hoogste het bedrag aan bovenmatige deelnemingsrente dat bij de belastingplichtige ingevolge artikel 13l van de wet niet in aftrek komt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden dat ingevolge de artikelen 14a, twaalfde of veertiende lid, of 14b, negende of elfde lid, van de wetniet in aftrek komt.
3. Ingeval door het aangaan van een fiscale eenheid een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden ingevolge artikel 15ad van de wetniet in aftrek komt en het belang in de maatschappij waarmee de fiscale eenheid wordt aangegaan door de belastingplichtige middellijk is verkregen door het verwerven of uitbreiden van een belang in een tussenmaatschappij, wordt genoemd bedrag aan renten en kosten dat niet in aftrek komt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, verminderd naar evenredigheid van het deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de tussenmaatschappij dat toerekenbaar is aan de vermogensbestanddelen die als gevolg van de voeging deel gaan uitmaken van het vermogen van de fiscale eenheid, voor zover dat deel van die verkrijgingsprijs bij de fiscale eenheid in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de deelnemingsschuld, bedoeld in artikel 13l, derde lid, van de wet. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden dat ingevolge de artikelen 14a, twaalfde of veertiende lid, of 14b, negende of elfde lid, van de wetniet in aftrek komt.
3. Ingeval door het aangaan van een fiscale eenheid een bedrag aan renten en kosten ter zake van schulden ingevolge artikel 15ad van de wetniet in aftrek komt en het belang in de maatschappij waarmee de fiscale eenheid wordt aangegaan door de belastingplichtige middellijk is verkregen door het verwerven of uitbreiden van een belang in een tussenmaatschappij, wordt genoemd bedrag aan renten en kosten dat niet in aftrek komt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, verminderd naar evenredigheid van het deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de tussenmaatschappij dat toerekenbaar is aan de vermogensbestanddelen die als gevolg van de voeging deel gaan uitmaken van het vermogen van de fiscale eenheid, voor zover dat deel van die verkrijgingsprijs bij de fiscale eenheid in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van de deelnemingsschuld, bedoeld in artikel 13l, derde lid, van de wet. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.