BWBR0032818
Geldig vanaf 2013-01-25
Artikel 4
Besluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente
1. Bij een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen gesteld op de verkrijgingsprijs van de aandelen die deel uitmaken van de reorganisatie bij eerste verkrijging daarvan door het concern vermeerderd met de op die aandelen gedane kapitaalstortingen en verminderd met de terugbetalingen van kapitaal, doch ten hoogste op het bedrag van de verkrijgingsprijs op het tijdstip van de verkrijging door de belastingplichtige, voor zover:
a. de hiervoor bedoelde eerste verkrijging en de kapitaalstortingen verband hielden met een uitbreiding van de operationele activiteiten, en
b. de activiteiten van het lichaam waarin de aandelen worden verkregen onmiddellijk of middellijk als operationele activiteiten kunnen worden aangemerkt.
2. Ingeval de aandelen die door de belastingplichtige in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden verkregen voor een groter deel met geldleningen worden gefinancierd dan het geval was bij eerste verkrijging, wordt het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van die aandelen bij de belastingplichtige naar evenredigheid verminderd.
3. Bij een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 2°, die tegen uitreiking van aandelen plaatsvindt, wordt het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van de uitgereikte aandelen vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid.
4. Indien bij eerste verkrijging door het concern van aandelen in een lichaam, tot de bezittingen van dat lichaam onmiddellijk of middellijk aandelen behoren, wordt, ingeval laatstgenoemde aandelen door een tot het concern behorend lichaam worden verkregen in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor de toepassing van het eerste lid de verkrijgingsprijs van die aandelen bij eerste verkrijging gesteld op een evenredig deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in het door het concern verkregen lichaam. Ingeval de eerste volzin toepassing vindt, wordt de laatstgenoemde verkrijgingsprijs verminderd met het in die volzin bedoelde evenredige deel.
5. Ingeval de aandelen die in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden verkregen op 31 december 2006 deel uitmaakten van de bezittingen van een tot het concern behorend lichaam, kan voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van die aandelen worden gesteld op 90% van de verkrijgingsprijs van de aandelen bij het lichaam dat de aandelen op het hiervoor bedoelde tijdstip hield, waarbij deze verkrijgingsprijs als verkrijgingsprijs bij eerste verkrijging wordt aangemerkt. Behoren aandelen tot de bezittingen van het lichaam waarin de aandelen worden verkregen, dan vindt de eerste volzin slechts toepassing voor zover die aandelen op het in de eerste volzin bedoelde tijdstip behoorden tot de bezittingen van een tot het concern behorend lichaam. Bij toepassing van de eerste volzin vindt het eerste lid, onderdeel b, geen toepassing ingeval de aldaar bedoelde activiteiten hoofdzakelijk als operationeel kunnen worden aangemerkt en wordt voor de toepassing van het tweede lid uitgegaan van een financiering met geldleningen van 50% van de in de eerste volzin omschreven verkrijgingsprijs bij eerste verkrijging.
a. de hiervoor bedoelde eerste verkrijging en de kapitaalstortingen verband hielden met een uitbreiding van de operationele activiteiten, en
b. de activiteiten van het lichaam waarin de aandelen worden verkregen onmiddellijk of middellijk als operationele activiteiten kunnen worden aangemerkt.
2. Ingeval de aandelen die door de belastingplichtige in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden verkregen voor een groter deel met geldleningen worden gefinancierd dan het geval was bij eerste verkrijging, wordt het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van die aandelen bij de belastingplichtige naar evenredigheid verminderd.
3. Bij een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 2°, die tegen uitreiking van aandelen plaatsvindt, wordt het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van de uitgereikte aandelen vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid.
4. Indien bij eerste verkrijging door het concern van aandelen in een lichaam, tot de bezittingen van dat lichaam onmiddellijk of middellijk aandelen behoren, wordt, ingeval laatstgenoemde aandelen door een tot het concern behorend lichaam worden verkregen in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor de toepassing van het eerste lid de verkrijgingsprijs van die aandelen bij eerste verkrijging gesteld op een evenredig deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen in het door het concern verkregen lichaam. Ingeval de eerste volzin toepassing vindt, wordt de laatstgenoemde verkrijgingsprijs verminderd met het in die volzin bedoelde evenredige deel.
5. Ingeval de aandelen die in het kader van een reorganisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden verkregen op 31 december 2006 deel uitmaakten van de bezittingen van een tot het concern behorend lichaam, kan voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, het kwalificerende deel van de verkrijgingsprijs van die aandelen worden gesteld op 90% van de verkrijgingsprijs van de aandelen bij het lichaam dat de aandelen op het hiervoor bedoelde tijdstip hield, waarbij deze verkrijgingsprijs als verkrijgingsprijs bij eerste verkrijging wordt aangemerkt. Behoren aandelen tot de bezittingen van het lichaam waarin de aandelen worden verkregen, dan vindt de eerste volzin slechts toepassing voor zover die aandelen op het in de eerste volzin bedoelde tijdstip behoorden tot de bezittingen van een tot het concern behorend lichaam. Bij toepassing van de eerste volzin vindt het eerste lid, onderdeel b, geen toepassing ingeval de aldaar bedoelde activiteiten hoofdzakelijk als operationeel kunnen worden aangemerkt en wordt voor de toepassing van het tweede lid uitgegaan van een financiering met geldleningen van 50% van de in de eerste volzin omschreven verkrijgingsprijs bij eerste verkrijging.