BWBR0032664
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 14
Regeling financieel beheer politie
1. Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, zijn de artikelen 361 tot en met 388, met uitzondering van artikelen 363, zesde lid, artikel 380, artikel 381a, 381b, 383, 383a tot en met 383e, van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekvan toepassing, met dien verstande dat in die titel
a. voor ‘winst- en verliesrekening’ wordt gelezen: exploitatierekening;
b. voor ‘bestuur’ wordt gelezen: korpschef;
c. voor ‘leden of aandeelhouders’ wordt gelezen: Minister; en
d. voor de inrichting van de jaarrekening, de modellen, bedoeld in artikel 3, worden gebruikt.
2. Ten behoeve van de controle van de jaarrekening door de accountant, bedoeld in artikel 35 van de wet, wordt het door de Minister vastgestelde controleprotocol gebruikt. De accountant wordt benoemd door de Minister, die de korpschef kan verzoeken daarvoor voorbereidende werkzaamheden te verrichten.
3. Het verslag van de accountant bevat bevindingen over de vraag of het beheer van de politie heeft voldaan aan de eisen van rechtmatigheid.
4. Het verslag van de accountant, bedoeld in het derde lid, wordt ter beschikking gesteld aan de Minister.
a. voor ‘winst- en verliesrekening’ wordt gelezen: exploitatierekening;
b. voor ‘bestuur’ wordt gelezen: korpschef;
c. voor ‘leden of aandeelhouders’ wordt gelezen: Minister; en
d. voor de inrichting van de jaarrekening, de modellen, bedoeld in artikel 3, worden gebruikt.
2. Ten behoeve van de controle van de jaarrekening door de accountant, bedoeld in artikel 35 van de wet, wordt het door de Minister vastgestelde controleprotocol gebruikt. De accountant wordt benoemd door de Minister, die de korpschef kan verzoeken daarvoor voorbereidende werkzaamheden te verrichten.
3. Het verslag van de accountant bevat bevindingen over de vraag of het beheer van de politie heeft voldaan aan de eisen van rechtmatigheid.
4. Het verslag van de accountant, bedoeld in het derde lid, wordt ter beschikking gesteld aan de Minister.