BWBR0032664
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 20
Regeling financieel beheer politie
1. Het eigen vermogen van de politie bedraagt ultimo het jaar minimaal 0% en maximaal 5% van de gemiddelde bijdragen van de laatste drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover het vermogen wordt berekend.
2. Indien het eigen vermogen het in het eerste lid gestelde maximum overschrijdt, wordt het eigen vermogen tot het in het eerste lid bedoelde maximum, door de Minister afgeroomd.
3. Indien de Minister instemt met een door de korpschef opgesteld bestedingsplan, dat maatregelen bevat waarmee het in het eerste lid bedoelde maximum wordt bereikt, wordt het afgeroomde bedrag wederom beschikbaar gesteld aan de politie.
4. Indien het eigen vermogen minder bedraagt dan 1,5% van de gemiddelde bijdragen, bedoeld in het eerste lid, stelt de korpschef een plan van aanpak op om binnen twee jaar weer boven de 1,5% uit te komen. Het plan van aanpak behoeft de goedkeuring van de Minister.
5. Indien uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een negatief eigen vermogen dan dient bij de eerstvolgende begrotingswijziging van het het ministerie van Veiligheid en Justitie te worden aangegeven hoe het negatieve eigen vermogen door de Minister zal worden hersteld binnen het lopende begrotingsjaar en voert de Minister overleg met de korpschef over te nemen maatregelen, in aanvulling op het plan van aanpak als bedoeld in het vierde lid.
6. De omvang van het eigen vermogen wordt ieder jaar berekend op grond van de vastgestelde jaarrekening van dat jaar.
2. Indien het eigen vermogen het in het eerste lid gestelde maximum overschrijdt, wordt het eigen vermogen tot het in het eerste lid bedoelde maximum, door de Minister afgeroomd.
3. Indien de Minister instemt met een door de korpschef opgesteld bestedingsplan, dat maatregelen bevat waarmee het in het eerste lid bedoelde maximum wordt bereikt, wordt het afgeroomde bedrag wederom beschikbaar gesteld aan de politie.
4. Indien het eigen vermogen minder bedraagt dan 1,5% van de gemiddelde bijdragen, bedoeld in het eerste lid, stelt de korpschef een plan van aanpak op om binnen twee jaar weer boven de 1,5% uit te komen. Het plan van aanpak behoeft de goedkeuring van de Minister.
5. Indien uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een negatief eigen vermogen dan dient bij de eerstvolgende begrotingswijziging van het het ministerie van Veiligheid en Justitie te worden aangegeven hoe het negatieve eigen vermogen door de Minister zal worden hersteld binnen het lopende begrotingsjaar en voert de Minister overleg met de korpschef over te nemen maatregelen, in aanvulling op het plan van aanpak als bedoeld in het vierde lid.
6. De omvang van het eigen vermogen wordt ieder jaar berekend op grond van de vastgestelde jaarrekening van dat jaar.