BWBR0032573
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 56
Wet op het accountantsberoep
1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van artikel 41, tweede lid.
2. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 41, tweede lid, van deze wet en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
3. De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
2. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 41, tweede lid, van deze wet en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
3. De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.