BWBR0032573
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 42
Wet op het accountantsberoep
1. Ten aanzien van de uitoefening van zijn beroep is de accountant onderworpen aan tuchtrechtspraak op grond van de <a href="/wet/BWBR0024238" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tuchtrechtspraak accountants</a>ter zake van:
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan in onderdeel a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.
2. De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de accountantskamer en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan in onderdeel a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.
2. De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de accountantskamer en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.