BWBR0032573
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 25
Wet op het accountantsberoep
1. De beroepsorganisatie kan, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/2:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitoefening van de ingevolge deze wet opgedragen taken, verstrekken aan:
a. de Autoriteit Financiële Markten;
b. een organisatorisch verband van marktpartijen, dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de Autoriteit Financiële Markten van het toezicht op de naleving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en daartoe met de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft afgesloten;
c. de accountantskamer; of
d. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
voor zover de verstrekking nodig is voor de vervulling van hun taak ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisatie, of de <a href="/wet/BWBR0024238" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tuchtrechtspraak accountants</a>.
2. Indien de beroepsorganisatie vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het eerste lid heeft verstrekt aan een in dat lid bedoelde instantie en die instantie verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de beroepsorganisatie dat verzoek slechts in:
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; of
b. voor zover die instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures, voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
a. de Autoriteit Financiële Markten;
b. een organisatorisch verband van marktpartijen, dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de Autoriteit Financiële Markten van het toezicht op de naleving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en daartoe met de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft afgesloten;
c. de accountantskamer; of
d. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
voor zover de verstrekking nodig is voor de vervulling van hun taak ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisatie, of de <a href="/wet/BWBR0024238" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tuchtrechtspraak accountants</a>.
2. Indien de beroepsorganisatie vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het eerste lid heeft verstrekt aan een in dat lid bedoelde instantie en die instantie verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de beroepsorganisatie dat verzoek slechts in:
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; of
b. voor zover die instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures, voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.