BWBR0032463
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 11
Beleidsregels sturing van en toezicht op Stichting VAM
De Minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van Stichting VAM. Daarbij baseert hij zich onder meer op:
a. de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen;
b. de regelmatig door Stichting VAM gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken;
c. het in artikel 5 bedoelde verslag van bevindingen;
d. de in artikel 6 bedoelde jaarrekening en verantwoording;
e. het verslag van de Dienst Wegverkeer over het toezicht op de door de Stichting VAM uitgevoerde taken, en
f. de verslagen van de Rijksgecommitteerden.
a. de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen;
b. de regelmatig door Stichting VAM gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken;
c. het in artikel 5 bedoelde verslag van bevindingen;
d. de in artikel 6 bedoelde jaarrekening en verantwoording;
e. het verslag van de Dienst Wegverkeer over het toezicht op de door de Stichting VAM uitgevoerde taken, en
f. de verslagen van de Rijksgecommitteerden.