1. De minister besteedt bij de beoordeling van het voorstel voor de tarieven en tariefwijzigingen van Stichting VAM ten behoeve van de goedkeuring op grond van
artikel 17 van de Kaderwetin ieder geval aan de volgende aspecten aandacht:
a. de voorgestelde tarieven per taak dan wel per cluster van taken;
b. voorgestelde wijzigingen in het tarievenbeleid;
c. de mate van kostendekkendheid, volumeontwikkeling en de kostenontwikkeling per taak dan wel per cluster van taken;
d. de invloed van efficiëntie-ontwikkelingen;
e. de invloed van loon- en prijsontwikkelingen;
f. de reactie van de gebruikers, zoals weergegeven door Stichting VAM;
g. departementsoverstijgende aangelegenheden;
h. maatschappelijke belangen;
i. ontwikkeling van de doelmatigheid;
j. ontwikkeling van de egalisatiereserve van Stichting VAM, op basis van het jaarverslag van het voorgaande jaar, de geprognosticeerde realisatie van het lopende jaar;
k. tariefstabiliteit;
l. consistentie tussen de tarieven;
m. de wijze waarop de tarieven zich verhouden tot de tarieven van het jaar ervoor, en
n. rechtmatigheid van de tarieven.
2. Om de minister in staat te stellen de rechtmatigheid van de tarieven als bedoeld in het eerste lid, te beoordelen, vermeldt Stichting VAM bij het in het eerste lid bedoelde voorstel bij ieder tarief de wettelijke grondslag.
3. Om de minister in staat te stellen de beoordeling als genoemd in het eerste lid voor te nemen, voegt Stichting VAM bij het in het eerste lid bedoelde voorstel een toelichting die aansluit op het eerste lid en ingaat op de consequenties van het streven naar kostendekkendheid per taak of taakcluster.
4. Stichting VAM informeert de minister bij voorgestelde tariefwijzigingen en tarieven voor nieuwe taken of clusters van taken inzake de mogelijk aan het voorstel gekoppelde gevoeligheden.