BWBR0032460
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 5
Regeling sturing van en toezicht op het Kadaster
1. Het aan de minister voor te leggen meerjarenbeleidsplan omvat de periode van het komende begrotingsjaar en de vier volgende jaren.
2. In het meerjarenbeleidsplan komen aan de orde:
a. de interne en externe ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de door de Dienst gelegde en te leggen beleidsaccenten in termen van strategie, doelstellingen en resultaten;
b. veranderingen in de werkwijze van de Dienst voor zover deze politiek relevant worden geacht of financieel van substantiële omvang zijn;
c. markt- en nevenactiviteiten;
d. de toelichting op de investeringen;
e. zwaarwegende technische en juridische aspecten die van invloed kunnen zijn op wet- en regelgeving;
f. zwaarwegende veranderingen in het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van het personeel;
g. de stand van zaken rond de informatiebeveiliging en, indien aan de orde, de verbeteringsmaatregelen, alsmede belangrijke wijzigingen in het informatiebeveiligingsbeleid;
h. de begrote gecomprimeerde balans per ultimo van het begrotingsjaar;
i. de meerjarencijfers voor de vier jaren na het eerstvolgende begrotingsjaar omtrent de geraamde totale omzet en de totale kosten alsmede de verwachte positie van het eigen en vreemd vermogen;
j. wijzigingen ten opzichte van aannames en uitgangspunten in het vorige meerjarenbeleidsplan;
k. de hoogte van de na te streven efficiency en de te behalen besparingen, mede in relatie tot de interne en externe ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de Dienst;
l. de wijze waarop invulling is gegeven aan de jaarbrief van de Minister.
2. In het meerjarenbeleidsplan komen aan de orde:
a. de interne en externe ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de door de Dienst gelegde en te leggen beleidsaccenten in termen van strategie, doelstellingen en resultaten;
b. veranderingen in de werkwijze van de Dienst voor zover deze politiek relevant worden geacht of financieel van substantiële omvang zijn;
c. markt- en nevenactiviteiten;
d. de toelichting op de investeringen;
e. zwaarwegende technische en juridische aspecten die van invloed kunnen zijn op wet- en regelgeving;
f. zwaarwegende veranderingen in het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van het personeel;
g. de stand van zaken rond de informatiebeveiliging en, indien aan de orde, de verbeteringsmaatregelen, alsmede belangrijke wijzigingen in het informatiebeveiligingsbeleid;
h. de begrote gecomprimeerde balans per ultimo van het begrotingsjaar;
i. de meerjarencijfers voor de vier jaren na het eerstvolgende begrotingsjaar omtrent de geraamde totale omzet en de totale kosten alsmede de verwachte positie van het eigen en vreemd vermogen;
j. wijzigingen ten opzichte van aannames en uitgangspunten in het vorige meerjarenbeleidsplan;
k. de hoogte van de na te streven efficiency en de te behalen besparingen, mede in relatie tot de interne en externe ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de Dienst;
l. de wijze waarop invulling is gegeven aan de jaarbrief van de Minister.