1. In aanvulling op
titel 9, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de
artikelen 18en
19 van de Kaderwetbevat het jaarverslag in ieder geval de volgende onderdelen:
a. de wijze van toepassing van de in artikel 41, eerste lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen ter beveiliging van de gegevens van de Dienst;
b. de relevante gegevens over de gerealiseerde kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening;
c. de risico’s die zich in een verslagjaar hebben voorgedaan alsmede de werking van de beheersmaatregelen;
d. het aantal bezwaar- en beroepsprocedures dat is gevoerd op grond van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan;
e. het aantal verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de resultaten daarvan;
f. het aantal ingediende klachten, al dan niet gedaan op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan;
g. het aantal klachten op grond van de Wet Nationale ombudsman. en de resultaten daarvan;
h. mededelingen omtrent de verwachte gang van zaken, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is;
i. het gevoerde integriteitsbeleid;
j. de ontwikkeling van de prestaties van de organisatie gerelateerd aan de vastgestelde kernprestatie-indicatoren en een toelichting daarbij;
k. een bedrijfsvoeringparagraaf waarin onder andere wordt ingegaan op het financieel en materieel beheer;
l. de wijze waarop de Dienst invulling heeft gegeven aan internationale wet- en regelgeving.
2. Uit het jaarverslag valt af te leiden op welke wijze de realisatie in het boekjaar overeenkomt met dan wel afwijkt van de begroting.
3. Het jaarverslag is voorzien van:
a. een verslag van het bestuur;
b. een verslag van de raad van toezicht;
c. een op risicomanagement gebaseerd in-control-statement van het bestuur, waarin in ieder geval wordt ingegaan op de financiële en operationele processen van de Dienst;
d. een verslag van de Gebruikersraad en de ondernemingsraad.
4. Bij de aanbieding van het jaarverslag aan de minister informeert de Dienst de minister over:
a. de toepassing van de arbeidsvoorwaarden van het personeel;
b. de gemiddelde loonsom per werknemer over het desbetreffende boekjaar;
c. het aantal ingediende schadeclaims, onderverdeeld naar taak en de resultaten daarvan.