BWBR0032415
Geldig vanaf 2020-07-11
Artikel 4e
Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang
1. De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wetbij de voorziening van gastouderopvang bestaan uit:
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wetbestaan uit het voeren van overleg met:
1° de gastouder;
2° de houder van het gastouderbureau; of
3° het college.
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wetbestaan uit het voeren van overleg met:
1° de gastouder;
2° de houder van het gastouderbureau; of
3° het college.