BWBR0032415
Geldig vanaf 01-07-2014
Artikel 4e
Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang
1. De werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wet bij de voorziening van gastouderopvang bestaan uit:
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met:
1° de gastouder;
2° de houder van het gastouderbureau; of
3° het college.
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, derde of vijfde lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met:
1° de gastouder;
2° de houder van het gastouderbureau; of
3° het college.
- Citeren als
- Art. 4e
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032415
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl