BWBR0032415
Geldig vanaf 2020-07-11
Artikel 3
Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang
1. Binnen drie kalendermaanden na registratie in het landelijk register kinderopvang voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wetin ieder geval de volgende werkzaamheden uit bij het kindercentrum of het gastouderbureau:
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wetbestaan uit het voeren van overleg met:
1° de houder;
2° een of meer van de bij de houder werkzame personen dan wel een of meer gastouders die door tussenkomst van het gastouderbureau gastouderopvang bieden;
3° een of meer leden van de oudercommissie; of
4° het college.
a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of
b. een locatiebezoek.
2. Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wetbestaan uit het voeren van overleg met:
1° de houder;
2° een of meer van de bij de houder werkzame personen dan wel een of meer gastouders die door tussenkomst van het gastouderbureau gastouderopvang bieden;
3° een of meer leden van de oudercommissie; of
4° het college.