BWBR0032136 Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 13
Besluit bewapening en uitrusting politie
1. De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. rook- en lawaaigranaten;
b. een elektrische wapenstok;
c. de granaatwerper en traangasgranaten;
d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
e. het automatisch schoudervuurwapen;
f. het repeteervuurwapen;
g. het stroomstootwapen;
h. explosieven.
2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken.
a. rook- en lawaaigranaten;
b. een elektrische wapenstok;
c. de granaatwerper en traangasgranaten;
d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
e. het automatisch schoudervuurwapen;
f. het repeteervuurwapen;
g. het stroomstootwapen;
h. explosieven.
2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032136
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl