BWBR0031995
Geldig vanaf 2012-10-01
Artikel 4
Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens
1. De plaatsvervangende leden van het college ontvangen van de minister zittingsgeld overeenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een schriftelijk advies met een zitting gelijkgesteld.
3. In afwijking van het eerste lid, ontvangen de plaatsvervangende leden van het college die zijn benoemd om tijdelijk een volledige of gedeeltelijke taak te vervullen, over de periode waartoe zij zijn benoemd, een schadeloosstelling met overeenkomstige toepassing van het derde, onderscheidenlijk vierde lid van artikel 2.
4. De plaatsvervangende leden van het college genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die terzake gelden voor rijksambtenaren. Artikel 3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een schriftelijk advies met een zitting gelijkgesteld.
3. In afwijking van het eerste lid, ontvangen de plaatsvervangende leden van het college die zijn benoemd om tijdelijk een volledige of gedeeltelijke taak te vervullen, over de periode waartoe zij zijn benoemd, een schadeloosstelling met overeenkomstige toepassing van het derde, onderscheidenlijk vierde lid van artikel 2.
4. De plaatsvervangende leden van het college genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die terzake gelden voor rijksambtenaren. Artikel 3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.