BWBR0031753
Geldig vanaf 2015-12-11
Artikel 8
Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie
1. Als berekeningsbasis voor de loopbaanpremie geldt de som van:
a. het twaalfvoud van het laatstelijk in de substantieel bezwarende functie genoten salaris,
b. de vakantie-uitkering,
c. de eindejaarsuitkering, en
d. de genoten toelagen, met uitzondering van de toegewezen afbouwtoelage onregelmatige dienst, bedoeld in artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, indien de ambtenaar in dienst blijft van de sector Rijk.
2. Het salaris, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt niet meer dan het maximumsalaris van schaal 8 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
3. De loopbaanpremie van de ambtenaar bedraagt 8% van de berekeningsbasis per vol dienstjaar vanaf het moment van indiensttreding in de substantieel bezwarende functie en bedraagt ten hoogste 100% van die berekeningsbasis. Bij een onderbroken periode geldt het moment van indiensttreding in de laatst vervulde substantieel bezwarende functie.
4. Als de loopbaanpremie wordt opgenomen binnen een periode van twaalf tot en met zeventien dienstjaren die de ambtenaar aaneengesloten aangesteld is geweest in een substantieel bezwarende functie wordt bovenop de loopbaanpremie een bonus verstrekt van 50% van de berekeningsbasis.
5. De loopbaanpremie en de bonus kunnen eenmalig ter beschikking worden gesteld of in jaarlijkse termijnen met een maximum van vijf jaren.
a. het twaalfvoud van het laatstelijk in de substantieel bezwarende functie genoten salaris,
b. de vakantie-uitkering,
c. de eindejaarsuitkering, en
d. de genoten toelagen, met uitzondering van de toegewezen afbouwtoelage onregelmatige dienst, bedoeld in artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, indien de ambtenaar in dienst blijft van de sector Rijk.
2. Het salaris, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt niet meer dan het maximumsalaris van schaal 8 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
3. De loopbaanpremie van de ambtenaar bedraagt 8% van de berekeningsbasis per vol dienstjaar vanaf het moment van indiensttreding in de substantieel bezwarende functie en bedraagt ten hoogste 100% van die berekeningsbasis. Bij een onderbroken periode geldt het moment van indiensttreding in de laatst vervulde substantieel bezwarende functie.
4. Als de loopbaanpremie wordt opgenomen binnen een periode van twaalf tot en met zeventien dienstjaren die de ambtenaar aaneengesloten aangesteld is geweest in een substantieel bezwarende functie wordt bovenop de loopbaanpremie een bonus verstrekt van 50% van de berekeningsbasis.
5. De loopbaanpremie en de bonus kunnen eenmalig ter beschikking worden gesteld of in jaarlijkse termijnen met een maximum van vijf jaren.