1. Aan de directeur-generaal Uitvoering wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in
artikel 15, onderdeel a, van de wet.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning:
a. voor het vervoeren van splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling;
b. voor het vervoeren, het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van: 1°. splijtstofstaven, splijtstofelementen of warmteproducerend verglaasd opwerkingsafval van en naar Nederlandse inrichtingen, als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet en soortgelijke inrichtingen in het buitenland;
2°. uranium targets in verband met de productie van radiofarmaca;
1°. splijtstofstaven, splijtstofelementen of warmteproducerend verglaasd opwerkingsafval van en naar Nederlandse inrichtingen, als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet en soortgelijke inrichtingen in het buitenland;
2°. uranium targets in verband met de productie van radiofarmaca;
c. die wordt gedaan door de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet;
d. die wordt gedaan met of in een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de wet.