BWBR0031426
Geldig vanaf 2013-01-19
Artikel 9
Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A
De aanvrager dient tijdens het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A2, bedoeld in artikel 53, derde lid, onderdeel a, van het Reglement rijbewijzenvoor de rijbewijscategorie A2 blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 8genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:
a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;
b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;
c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties en op onjuist gedrag van derden;
d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van bevoegde personen;
e. het permanent rekening te houden met (mogelijke) andere weggebruikers, in het bijzonder kwetsbare weggebruikers als bijvoorbeeld voetgangers en fietsers;
f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;
g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;
h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;
i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige weggebruikers;
j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.
a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;
b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;
c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties en op onjuist gedrag van derden;
d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van bevoegde personen;
e. het permanent rekening te houden met (mogelijke) andere weggebruikers, in het bijzonder kwetsbare weggebruikers als bijvoorbeeld voetgangers en fietsers;
f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;
g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;
h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;
i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige weggebruikers;
j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.