BWBR0031426
Geldig vanaf 2013-01-19
Artikel 1
Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A
1. De aanvrager van het praktijkexamen Voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A1 dient er blijk van te geven een selectie van de hierna genoemde vaardigheiden te beheersen:
a. het voertuig zonder hulp van de motor aan de hand voorwaarts voeren, dit vervolgens achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak manoeuvreren en op de juiste wijze op de standaard plaatsen. De motor vervolgens van de standaard halen en verder lopen;
b. het op juiste wijze rijden van een slalom met geringe snelheid;
c. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;
d. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte;
e. het op juiste wijze stapvoets rijden in een rechte lijn;
f. het op juiste wijze wegrijden, direct gevolgd door een haakse bocht;
g. het op juiste wijze binnen een aangegeven afstand wegrijden, versnellen, vertragen, onmiddellijk gevolgd door het op juiste wijze uitvoeren van een slalom;
h. het op juiste wijze uitvoeren van een uitwijkmanoeuvre;
i. het op juiste wijze uitvoeren van een slalom met hogere snelheid;
j. het op juiste wijze uitvoeren van een maximale remming (noodstop);
k. het op juiste wijze uitvoeren van een remming met vooraf bepaalde lengte (precisiestop);
l. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef).
2. Bij de selectie behoren ten minste de volgende verrichtingen:
a. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een lagere snelheid, waaronder een slalom, ter beoordeling van de bediening van de koppeling in combinatie met de rem, balans, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel en de positie van de voeten op de voetsteunen,
b. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een hogere snelheid, waaronder één verrichting in tweede of derde versnelling, minimaal 30 km per uur, en één verrichting voor het ontwijken van obstakels bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de houding op het motorrijwiel, kijkrichting, balans, stuurtechniek en schakeltechniek, en
c. ten minste twee remoefeningen, waaronder een noodstop bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de bediening van de voor- en achterrem, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel.
a. het voertuig zonder hulp van de motor aan de hand voorwaarts voeren, dit vervolgens achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak manoeuvreren en op de juiste wijze op de standaard plaatsen. De motor vervolgens van de standaard halen en verder lopen;
b. het op juiste wijze rijden van een slalom met geringe snelheid;
c. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;
d. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte;
e. het op juiste wijze stapvoets rijden in een rechte lijn;
f. het op juiste wijze wegrijden, direct gevolgd door een haakse bocht;
g. het op juiste wijze binnen een aangegeven afstand wegrijden, versnellen, vertragen, onmiddellijk gevolgd door het op juiste wijze uitvoeren van een slalom;
h. het op juiste wijze uitvoeren van een uitwijkmanoeuvre;
i. het op juiste wijze uitvoeren van een slalom met hogere snelheid;
j. het op juiste wijze uitvoeren van een maximale remming (noodstop);
k. het op juiste wijze uitvoeren van een remming met vooraf bepaalde lengte (precisiestop);
l. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef).
2. Bij de selectie behoren ten minste de volgende verrichtingen:
a. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een lagere snelheid, waaronder een slalom, ter beoordeling van de bediening van de koppeling in combinatie met de rem, balans, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel en de positie van de voeten op de voetsteunen,
b. ten minste twee verrichtingen uitgevoerd bij een hogere snelheid, waaronder één verrichting in tweede of derde versnelling, minimaal 30 km per uur, en één verrichting voor het ontwijken van obstakels bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de houding op het motorrijwiel, kijkrichting, balans, stuurtechniek en schakeltechniek, en
c. ten minste twee remoefeningen, waaronder een noodstop bij een snelheid van ten minste 50 km per uur, ter beoordeling van de bediening van de voor- en achterrem, kijkrichting en de houding op het motorrijwiel.