BWBR0031350
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 28a
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
1. Een spoorwegonderneming die van een hoofdspoorweg gebruik wil maken of gebruik wil laten maken voor het uitvoeren van een test als bedoeld in artikel 26r van de wet, doet daaraan voorafgaand melding aan de beheerder.
2. De beheerder kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het eerste lid, in het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg aanwijzingen geven.
3. De spoorwegonderneming is verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
4. In afwijking van het eerste lid, beschikt een spoorwegonderneming die van een hoofdspoorweg in het hogesnelheidsspoorwegsysteem gebruik wil maken of gebruik wil laten maken voor het uitvoeren een test over een door haar ter zake opgesteld en door de beheerder goedgekeurd plan.
2. De beheerder kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het eerste lid, in het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg aanwijzingen geven.
3. De spoorwegonderneming is verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
4. In afwijking van het eerste lid, beschikt een spoorwegonderneming die van een hoofdspoorweg in het hogesnelheidsspoorwegsysteem gebruik wil maken of gebruik wil laten maken voor het uitvoeren een test over een door haar ter zake opgesteld en door de beheerder goedgekeurd plan.