BWBR0031350
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 14
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
1. Behoudens onderhoudsvoertuigen zonder tractie die voldoen aan EN 14033-1, voldoet bij een wagen de verhouding aslast – wieldiameter van een wielstel aan UIC 510-2.
2. Aan voertuigen met een wieldiameter kleiner dan 730 mm kunnen beperkingen worden opgelegd ten aanzien van de te berijden kruisingen en Engelse wissels met een verhouding 1:10, tenzij voor dat voertuig is vastgesteld dat de gaping in het kruisstuk niet groter is dan 80 mm.
3. Een horizontale boog met een radius van 190 m en groter kan door een spoorvoertuig in S-bogen zonder ingesloten rechtstand worden doorlopen.
4. Een verticale boog met een radius van 2000 m en groter kan door een spoorvoertuig worden doorlopen.
5. Een verticale topboog van 250 m en groter en een verticale dalboog van 300 m en groter kan door een spoorvoertuig dat wordt geheuveld, worden doorlopen.
6. De loopkarakteristieken van een spoorvoertuig voldoen aan hoofdstuk 5 van EN 14363. In overleg met de beheerder kan een overschrijding in quasistatische geleidingskracht Y qstzoals bedoeld in hoofdstuk 5.3.2.3 van EN 14363:2005 worden toegestaan, indien die niet veiligheidskritisch is.
2. Aan voertuigen met een wieldiameter kleiner dan 730 mm kunnen beperkingen worden opgelegd ten aanzien van de te berijden kruisingen en Engelse wissels met een verhouding 1:10, tenzij voor dat voertuig is vastgesteld dat de gaping in het kruisstuk niet groter is dan 80 mm.
3. Een horizontale boog met een radius van 190 m en groter kan door een spoorvoertuig in S-bogen zonder ingesloten rechtstand worden doorlopen.
4. Een verticale boog met een radius van 2000 m en groter kan door een spoorvoertuig worden doorlopen.
5. Een verticale topboog van 250 m en groter en een verticale dalboog van 300 m en groter kan door een spoorvoertuig dat wordt geheuveld, worden doorlopen.
6. De loopkarakteristieken van een spoorvoertuig voldoen aan hoofdstuk 5 van EN 14363. In overleg met de beheerder kan een overschrijding in quasistatische geleidingskracht Y qstzoals bedoeld in hoofdstuk 5.3.2.3 van EN 14363:2005 worden toegestaan, indien die niet veiligheidskritisch is.